Voordat een kind gaat praten, moet er eerst een stevige basis aanwezig zijn: de communicatieve voorwaarden. Deze voorwaarden ontwikkelen zich al vanaf de geboorte en vormen samen de basis voor taal, communicatie, spel en sociaal contact.

Communicatie ontstaat namelijk niet los van het lichaam, emoties en relaties. Een kind leert communiceren in contact, via spel, beweging en interactie met zijn ouders en omgeving.

Wat zijn communicatieve voorwaarden?

Communicatieve voorwaarden zijn vaardigheden die nodig zijn om tot communicatie en taal te komen, zoals:

  • aandacht en interesse voor de omgeving
  • contact maken en vasthouden
  • beurtgedrag
  • initiatief nemen
  • emoties kunnen delen
  • spel kunnen gebruiken om te communiceren

Wanneer deze basis zich goed ontwikkelt, volgt taal vaak vanzelf. Als één of meerdere voorwaarden onvoldoende aanwezig zijn, kan dit invloed hebben op de taal- en communicatieve ontwikkeling.

Communicatie ontwikkelt zich in spel

Spel is de natuurlijke manier waarop jonge kinderen leren communiceren. In spel oefenen kinderen contact, beurtwisseling, emoties, regels en betekenis geven. Daarom werken we bij SpelendLicht altijd spelenderwijs.

We kijken niet: wat zegt een kind?
Maar vooral: hoe communiceert een kind?

De communicatieve functies uitgelegd

Binnen de logopedie onderscheiden we verschillende communicatieve functies. Deze functies laten zien waarom een kind communiceert.

1. Sociale functie: contact maken

Een kind communiceert om contact te maken en te onderhouden.

  • oogcontact maken
  • lachen, wijzen, geluidjes maken
  • samen plezier beleven

In spel: samen lachen, kiekeboe, reageren op de ander.
Let op als: je kind weinig oogcontact maakt, weinig reageert of weinig plezier deelt.

2. Interactiefunctie: samen spelen en uitwisselen

Communicatie wordt gebruikt om samen iets te doen.

  • beurtwisseling
  • reageren op initiatieven van de ander
  • samen aandacht delen

In spel: om de beurt rollen met een bal, samen bouwen.
Let op als: je kind vooral alleen speelt, moeilijk op jou reageert of moeite heeft met beurtgedrag.

3. Controlefunctie: invloed uitoefenen

Een kind communiceert om iets te krijgen of te veranderen.

  • vragen
  • protesteren
  • sturen van gedrag

In spel: een speelgoedje aangeven, “nog een keer” willen.
Let op als: je kind vooral huilt of boos wordt in plaats van te communiceren.

4. Expressiefunctie – gevoelens en ervaringen delen

Communicatie om emoties en beleving te delen.

  • blij, boos of verdrietig laten zien
  • iets laten zien wat indruk maakt

In spel: doen alsof een pop pijn heeft, gevoelens naspelen.
Let op als: emoties moeilijk gedeeld worden of je kind zich vaak terugtrekt.

5. Representatiefunctie – denken en verbeelden

Communicatie om ideeën, fantasie en gedachten uit te drukken.

  • doen-alsof spel
  • verhaaltjes maken
  • symbolisch spel

In spel: een blok is een auto, thee schenken aan een knuffel.
Let op als: fantasiespel uitblijft of erg beperkt is.

Wanneer is extra ondersteuning helpend?

Het is normaal dat kinderen zich verschillend ontwikkelen. Toch is het goed om hulp te overwegen wanneer je merkt dat je kind:

  • weinig initiatief tot contact neemt
  • moeilijk samen speelt
  • snel overprikkeld is
  • emoties lastig kan reguleren
  • taalontwikkeling achterblijft ondanks veel aanbod
  • weinig spelvariatie laat zien

Bij SpelendLicht kijken we altijd naar het hele kind: emotioneel, lichamelijk, sociaal en communicatief.

Onze werkwijze bij SpelendLicht

Wij werken vanuit verbinding en veiligheid.
In de begeleiding:

  • sluiten we aan bij het tempo en de interesses van het kind
  • betrekken we ouders actief
  • gebruiken we spel als ingang voor ontwikkeling
  • versterken we de communicatieve voorwaarden

Zo ondersteunen we kinderen om zich van binnenuit te ontwikkelen in contact, communicatie en spel. Vragen of meer informatie, neem gerust contact op.