Nationale Voorleesdagen
Tijdens de Nationale Voorleesdagen staat voorlezen extra in de aandacht. Voorlezen is niet alleen gezellig, maar ook heel belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Door samen een boek te bekijken en te lezen, leert een kind nieuwe woorden, leert het luisteren en groeit het begrip van taal en emoties.
Bij SpelendLicht kijken we naar het hele kind. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Voorlezen hoeft daarom niet perfect of rustig te verlopen. Juist door het speels en afgestemd te doen, kan voorlezen ook voor drukke, gevoelige of snel afgeleide kinderen waardevol zijn.
In dit artikel lees je:
- wat interactief voorlezen is
- waarom het zo belangrijk is voor de taalontwikkeling
- hoe je passende boeken kiest
- praktische tips voor ouders
- wat je kunt doen als je kind niet stil wil zitten of niet voorgelezen wil worden
Waarom is voorlezen zo belangrijk?
Voorlezen ondersteunt meerdere ontwikkelingsgebieden tegelijk:
- Taalontwikkeling
Je kind leert nieuwe woorden, zinnen en klanken. Ook leert het hoe een verhaal is opgebouwd. - Begrijpend luisteren
Door te luisteren naar verhalen leert een kind verbanden leggen en situaties begrijpen. - Sociaal-emotionele ontwikkeling
In boeken komen gevoelens voor zoals blij, boos, bang of verdrietig. Dat helpt een kind emoties te herkennen en benoemen. - Aandacht en concentratie
Voorlezen helpt kinderen om steeds iets langer bij een activiteit te blijven.
Voorlezen is daarnaast een moment van verbinding. Samen een boek lezen geeft rust, veiligheid en aandacht.
Wat is interactief voorlezen?
Interactief voorlezen betekent dat je niet alleen voorleest, maar je kind actief betrekt bij het verhaal. Je leest samen.
Bij interactief voorlezen:
- praat je over wat je ziet
- stel je eenvoudige vragen
- geef je ruimte zodat je kind kan reageren
- volg je het tempo en de interesse van je kind
Het doel is niet om het hele boek uit te lezen, maar om taal en contact te laten ontstaan.
Voorbeelden van interactief voorlezen
- Samen plaatjes aanwijzen
- Geluidjes nadoen (dieren, voertuigen)
- Emoties benoemen: “Kijk, hij is boos”
- Bladzijdes laten omslaan
- Vragen stellen zoals:
“Wat zie jij?”
“Waar is de bal?”
“Wat denk je dat er nu gebeurt?”
Ook als je kind nog weinig praat, is interactief voorlezen heel waardevol.
Hoe kies je een passend boek?
Niet ieder boek past bij ieder kind of iedere leeftijd. Let bij het kiezen van een boek op de volgende punten:
1. Aansluiten bij de leeftijd en ontwikkeling
- 0–2 jaar
Stevige kartonboeken met duidelijke plaatjes, weinig tekst en herkenbare onderwerpen. - 2–4 jaar
Boeken met herhaling, rijm, korte zinnen en eenvoudige verhaaltjes. - 4–6 jaar
Iets langere verhalen, meer details en humor.
2. Herkenbare onderwerpen
Boeken over dagelijkse situaties werken goed, zoals:
- eten en slapen
- spelen
- naar de opvang of school
- emoties
- dieren
Herkenning maakt het makkelijker om mee te doen en te begrijpen.
3. Duidelijke en rustige illustraties
Drukke platen kunnen voor sommige kinderen te veel prikkels geven. Grote, duidelijke illustraties nodigen uit tot praten en kijken.
Praktische tips voor interactief voorlezen
Voor het lezen
- Kies een rustig moment op de dag
- Zorg voor een fijne plek (op schoot, naast elkaar, op de grond)
- Laat je kind het boek alvast bekijken
Tijdens het lezen
- Lees rustig en duidelijk
- Wijs aan wat je benoemt
- Herhaal belangrijke woorden
- Geef je kind tijd om te reageren
Je kunt zinnen uitbreiden, bijvoorbeeld:
- Kind: “Auto”
- Jij: “Ja, een rode auto. De auto rijdt hard.”
Na het lezen
- Praat kort na over het verhaal
- Speel het verhaal na met speelgoed of knuffels
- Teken samen iets uit het boek
Ook korte momenten tellen mee. Vijf minuten aandacht is al waardevol.
Wat als je kind niet stil blijft zitten?
Veel jonge kinderen leren bewegend. Stilzitten is geen voorwaarde om te kunnen luisteren of leren.
Dit kun je doen:
- Laat je kind bewegen terwijl jij leest
- Lees terwijl je kind speelt met blokken of een knuffel
- Maak bewegingen bij het verhaal (springen, zwaaien, lopen)
- Lees kleine stukjes in plaats van het hele boek
- Kies een boek met magneetjes of geluidjes, zodat je kind iets kan doen
Voor sommige kinderen helpt het om:
- te liggen
- te wiebelen
- iets in de handen te hebben
Dat is helemaal oké.
Wat als je kind niet voorgelezen wil worden?
Soms lijkt een kind geen interesse te hebben in boeken. Dit kan verschillende redenen hebben, zoals:
- vermoeidheid
- prikkelgevoeligheid
- behoefte aan eigen regie
Probeer dan:
- Je kind zelf een boek te laten kiezen
- Alleen samen naar de plaatjes te kijken
- Niet te lezen, maar te vertellen wat je ziet
- Op een ander moment opnieuw te proberen
Dwingen werkt vaak averechts. Volg de interesse van je kind.
Voorlezen op jouw manier
Bij SpelendLicht geloven we dat ieder kind anders leert. Voorlezen mag daarom:
- speels zijn
- rommelig zijn
- kort zijn
- bewegend zijn
Het gaat niet om hoe lang of hoe netjes, maar om aandacht, contact en plezier.
Samen lezen, is samen groeien!
Heb je vragen, neem gerust contact op.

